Algemene informatie stotteren

Stotteren wordt omschreven als "spraak die gekenmerkt wordt door veel voorkomende herhalingen of verlengingen van klanken of lettergrepen of woorden of door veel voorkomende aarzelingen of pauzes. Deze verschijnselen komen langdurig (minstens drie maanden) of veelvuldig voor en zijn zodanige ernstig dat het de vloeiendheid van de spraak duidelijk verstoort”. In dit stukje wordt uitsluitend de meest voorkomende vorm van stotteren besproken, nl. het ontwikkelingsstotteren.

Stotteren wordt wel vergeleken met een ijsberg. Het openlijk stotteren met zijn blokkades, herhalingen en ongewilde pauzes tijdens het spreken is goed merkbaar, dus ‘boven water’ . Daarnaast bestaat er het zogenaamde verborgen stotteren; dit deel blijft voor de buitenwereld onzichtbaar, maar kan een belangrijker plaats innemen dan het openlijk stotteren: het vermijden van moeilijke woorden, de spreekangst en de minderwaardigheidsgevoelens. Deze laatste verschijnselen blijven als het ware ‘onder water’.

alg info img1Wereldwijd zijn er zo'n 60 miljoen personen die stotteren (PDS, we gebruiken deze internationaal gangbare term liever dan 'stotteraar', omdat de persoon veel meer is dan alleen dat laatste), terwijl in heel Europa 3.740.000 mensen last hebben van stotteren. In Nederland en België zijn die getallen 170.000 respectievelijk 100.000.

De Griekse redenaar Demosthenes (zie hiernaast) kreeg het advies om tegen de branding in te roepen als remedie tegen zijn stotteren. De Nederlandse Stotter Vereniging Demosthenes is naar hem vernoemd.

Oorzaken en Ontwikkeling

Op basis van het familiair voorkomen, studies met tweelingen (eeneiig dan wel twee-eiig) en studies van kinderen na adoptie, was al bekend dat stotteren voor een belangrijk deel erfelijk bepaald is. Recent zijn er ook genen aangetoond die significant (maar niet absoluut) met stotteren samengaan. Deze onderzoeken  zijn  nog in volle gang; men gaat ervan uit dat naast deze genetische factoren ook neurobiologische, gedragsmatige, emotionele en omgevingsfactoren een rol spelen [zie schema]

schema

Factoren rond het ontstaan, uitlokken, in stand houden en verergeren van stotteren. De grootte van de cirkels geven niet noodzakelijkerwijs de relatieve invloed van de factoren aan. Een paar  aspecten komen duidelijk naar voren: het waarneembare is slechts klein ten opzichte van het gehele probleem, er kan sprake zijn van een ontwikkeling in de tijd en bij deze ‘lineaire’ ontwikkeling zijn ook vele terugkoppelingen aanwezig.

De incidentie (nieuw optredende gevallen inde tijd) is ongeveer 5 % en betreft dan meestal kinderen tussen 2 en 7 jaar. Een groot gedeelte hiervan (ongeveer 75%) herstelt spontaan (meisjes meer dan jongens). Daardoor is de prevalentie (bestaande gevallen in de  tijd) lager (1%, met ongeveer 80% van het mannelijk geslacht).

Waar begint het?

Stotteren begint meestal tussen twee en vijf jaar. Dit is de periode dat kinderen meer leren praten en een beperkte onvloeiendheid in deze periode is normaal. Deze onvloeiendheden zijn voor een expert duidelijk te onderscheiden van stotter-niet vloeiendheid. In de aanwezigheid van bepaalde risicofactoren ( zie hier voor specifieke risicofactoren bij stotteren ) kan vroege aandacht wel belangrijk zijn. Stotteren komt op volwassen leeftijd meer voor bij jongens of mannen dan bij meisjes en vrouwen. Stotteren kan bij periodes minder hevig zijn of juist heviger. Dit wisselend karaker is grillig maar ook een kenmerk van stotteren.

In plaats van het hier besproken ontwikkelingsstotteren kan er sporadisch sprake zijn van verworven stotteren, zoals neurogeen, psychogeen, farmacogeen en gesimuleerd stotteren. Deze vormen ontstaan meestal op latere leeftijd.


Wat gebeurt er?

Tijdens het spreken krijgt iemand constant terugkoppeling over hetgeen gezegd wordt. De voor de spraak verantwoordelijke spieren (tong, lippen, kaakspieren enzovoort) worden door het voor de spraak verantwoordelijke deel van de hersenen (de temporale kwab van de linker hersenhelft) geïnstrueerd om bepaalde bewegingen te maken. Wanneer een spierbeweging fout gaat (dreigt te gaan) vanwege bijvoorbeeld spanning (welke dan ook) wordt dit naar de hersenen teruggekoppeld. Bij een PDS wordt deze terugkoppeling minder adequaat gegeven, waardoor de spieren blijven corrigeren. Dit veroorzaakt stottersymptomen. Het probleem uit zich dus in de afstemming tussen de aansturing vanuit de hersenen en de spieren die voor de spraak verantwoordelijk zijn. Maar het is geen ‘spierprobleem’.


Het verborgen stotteren

Het verborgen stotteren kan gezien worden als het gedeelte van de ijsberg dat onder water ligt. Dit gedeelte omvat de gedachten en gevoelens omtrent het stotteren. Deze zijn doorgaans niet zichtbaar voor de omgeving, maar spelen wel een grote rol. Negatieve gedachten als ‘anderen vinden mij stom wanneer ik stotter’ kunnen gevoelens van angst, onzekerheid en minderwaardigheid geven.

Een PDS gaat deze negatieve gevoelens en gedachten vaak uit de weg door te trachten op allerlei manieren zo min mogelijk te stotteren, dit noemt men vermijdings- of vluchtgedrag en soms ontstaat bv vechtgedrag (blokkades). Zo kan een PDS spreeksituaties vermijden en woorden vervangen waarop hij/zij denkt te gaan stotteren. Op den duur ontwikkelt een PDS een heel repertoire aan ‘trucjes’ om het stotteren te omzeilen. Dit vormt naast het hoorbaar stotteren een probleem op zich. De negatieve gedachten en gevoelens kunnen voor veel spanning zorgen, dit kan vervolgens het hoorbaar stotteren veranderen van karakter en/of verergeren.


Ervaringsverhalen

Kinderen: Basisschool 

‘Pak jullie boeken maar’, hoor ik juf Thea zeggen. Ja hoor, het is weer tijd voor het leesuurtje.  De juf gaat de rij af, jammer dat ik altijd een van de laatsten ben die aan de beurt is. Ik ben Patrick en ik stotter, daarom vind ik het best spannend om te wachten op mijn leesbeurt. Wanneer ik veel stotter tijdens mijn leesbeurt ben ik bang dat mijn klasgenoten mij zullen uitlachen. Na mijn leesbeurt voel ik me opgelucht. Wat heb ik toch veel gestotterd, ze zullen me nu vast niet cool vinden. Ik word soms geplaagd omdat ik stotter. Gelukkig helpt mijn beste vriend Jasper mij altijd. Ik kan er ook over praten met mijn logopediste, zij heeft altijd goede tips voor mij. Binnenkort ga ik een spreekbeurt houden over stotteren, dit vind ik eng om te doen. Ik doe het toch omdat ik de klas graag iets wil vertellen over mijn stotteren. Misschien zal er dan meer begrip voor zijn en word ik niet meer geplaagd. 


Jongeren: middelbare school/studie

Ik zou later graag in de hulpverlening willen werken, maar ik dacht altijd dat dat niet zou gaan omdat ik stotter. Mijn mentor had ook bezwaren. Hij vindt dat ik beter een opleiding kan zoeken waarbij ik later niet veel hoef te overleggen. Eigenlijk ben ik het daar in mijn hart niet mee eens maar ja….hij zal het wel weten, dacht ik. Nu heb ik iemand ontmoet die ook stottert en die nota bene les geeft op een school. Wie had dat gedacht? Ik heb hem eens goed gevraagd hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen. Hij heeft me wel moed gegeven. Ik zal nog de nodige hobbels moeten overwinnen, maar dan kan ik toch gaan doen wat ik graag wil. Eén ding moet ik goed voor ogen houden: het gaat erom wát ik zeg en niet hoe ik het zeg. Niet makkelijk maar misschien wel te leren. Als die ander dat kan…waarom zou ik dat niet kunnen? Misschien met wat goede hulp?


Volwassenen: werk

Ik heb leuk werk en zou graag hogerop willen in dit bedrijf. Maar zou dat wel lukken want ik stotter. De functie die ik nu heb gaat me goed af. Bij die andere functie zou ik meer vergaderingen hebben en mijn zegje moeten doen. Hoe zou ik dat voor elkaar moeten krijgen? Op deze afdeling weten ze wat mijn probleem is maar op die andere afdeling heb je veel contact buiten het bedrijf. Toch heeft een collega gezegd dat hij denkt dat ik de capaciteiten ervoor heb. Wat zou hij daarmee bedoelen? En wat vinden de anderen ervan?


Bezorgde ouders: wat te doen?

Al een poosje maakte ik me zorgen over Pieter. Hij zei ineens allerlei woorden dubbel en soms bleef hij langer op een letter hangen. Op de peuterspeelzaal zeiden ze dat alle kinderen dat doen maar ik weet het niet zo net….Mijn man heeft vroeger gestotterd. Hij zegt dat hij er geen last meer van heeft maar soms hoor ik wel dat hij aarzelt…..niet dat ik dat een probleem vind maar ik hoop dat Pieter dat niet zal gaan doen. Gelukkig vindt mijn huisarts het geen probleem mij door te verwijzen naar een logopedist. Het blijkt dat wij thuis ook een en ander kunnen doen zodat het niet vloeiende spreken van Pieter niet zo vaak optreedt. Ik heb liever dat mijn man en ik nú iets kunnen doen dan dat Pieter later gaat stotteren en veel therapie nodig heeft. Wie weet, misschien voorkómen we het zo wel.


Naar bijeenkomst voor ouderen in het Stottercafé

Ik had al eerder gehoord over het Stottercafé. Wat moet ik me daar nu bij voorstellen? Die avond hielden ze een informatieavond over jonge kinderen die stotteren en wat ouders daar aan kunnen doen. Wel eng hoor om daarheen te gaan. Het leek me meteen zo definitief: ‘mijn kind stottert’. Wie zou ik daar tegenkomen? En eh….zou het een erg treurig gezelschap zijn? Wat bleek? Het was een informatieve avond in een heel prettige sfeer. Natuurlijk moest ik wennen aan al die mensen die stotterden…tegelijk heb ik ook veel gehoord over hun ervaringen. Heel boeiend en ook heel schrijnend soms. Ik weet in ieder geval één ding heel zeker: ik ga iemand zoeken die mij kan helpen met mijn zoontje. Wachten is geen goede raadgever. Dat is me wel duidelijk geworden. Prachtig dat deze avonden bestaan.


Therapie

Terwijl een belangrijk gedeelte van de kinderen die stotteren (KDS) spontaan herstelt, is inmiddels duidelijk geworden dat in die gevallen waar het stotteren meer dan een half jaar aanwezig blijft, vroege interventie de ontwikkeling van ernstige problematiek kan voorkomen.

Bij stottertherapieën voor (jong)volwassen PDS is een goede diagnose essentieel om de meest passende therapie te kiezen. Deze therapie dient integraal psychologische en meer technische aspecten te bevattenen. De technische aspecten zijn grotendeels in twee grote families in te delen: stuttering modification en fluency shaping. Bij stuttering modification wordt een PDS geleerd om ‘vloeiend’ te stotteren , terwijl bij fluency shaping gestreefd wordt naar een meer vloeiende spraak. Deze verschillende aspecten worden in moderne therapieën overigens geïntegreerd aangeboden, en er wordt altijd gewerkt aan het verborgen stotteren.

Mensen die stotteren

Inleidende tekst van mensen die stotteren....

Bekende mensen die stotteren

Aristoteles (Griekse filosoof)  Harvey Keitel (Amerikaanse acteur) 
Arno (Belgische zanger)  Marilyn Monroe (Amerikaanse actrice)
Rowan Atkinson (Britse acteur)  Mozes (profeet uit de Bijbel) 
Frans Bauer (Nederlandse zanger)  Isaac Newton (Britse wetenschapper) 
Lewis Carroll (Britse schrijver, Alice in Wonderland)  Ozzy Osbourne (Britse rockzanger) 
Winston Churchill (Britse premier)  Michael Palin (Britse acteur, komiek en wereldreiziger) 
Claudius I (Romeinse keizer)  Bart Peeters (Belgische presentator) 
Charles Darwin (Britse bioloog)  Elvis Presley (Amerikaanse zanger)
Demosthenes (Griekse redenaar) Somerset Maugham (Britse auteur)
Herman Finkers (Nederlandse cabaretier)  Lodewijk de Stamelaar (Frankische koning) 
Gareth Gates (Britse zanger)  Steve Stevaert (Belgische politicus) 
Hugh Grant (Britse acteur) Notker de Stotteraar (Frankische monnik en schrijver) 
Koning George VI van het Verenigd Koninkrijk  Luckas Vander Taelen (Belgische zanger, filmmaker en   politicus) 
Sanne Hans (Miss Montreal, Nederlandse zangeres)  Johan Verhoek (Nederlands crimineel; zijn bijnaam is De   Hakkelaar) 
Toon Hermans (Nederlandse cabaretier)  Maarten van der Weijden (Nederlandse zwemmer) 
Samuel L. Jackson (Amerikaanse acteur)  Erben Wennemars (Nederlandse schaatser) 
Rick James (Amerikaanse popzanger)  Bruce Willis (Amerikaanse acteur) 
Scatman John (Amerikaanse popzanger)  Jim Kerr (Schotse zanger) 
James Earl Jones (Amerikaanse acteur)  Douwe Bob Posthuma (Winnaar 'De beste singer-songwriter van Nederland')

Fictieve figuren die stotteren

Porky Pig 
De Schele, een pop uit het   Antwerpse poppentheater Poesje 
Professor Barabas in Het eiland Amoras. In zijn debuutalbum stotterde professor Barabas nog, maar omdat Willy Vandersteen klachten ontving van ouders dat hun kinderen Barabas' gestotter begonnen te imiteren verdween deze karaktertrek bij Barabas. 
Jimmy Volmer in South Park 
Bange Smurf in De Smurfen 
Ken Pile, Michael Palin's personage in A Fish Called Wanda (1988) 
Eric Idle speelt een   stotteraar in de film Monty Python's Life of Brian (1979). 
De Vlaamse komiek Jacques Vermeire speelde een stotteraar. Het werd één van zijn bekendste sketches. 
Billy Bibbit, personage uit het ook verfilmde boek One Flew Over the Cuckoo's Nest 

Tips voor het spreken met een PDS

Veel therapieën zijn erop gericht de PDS (weer) in de sociale situaties aan de praat te krijgen. De PDS zal leren dat hij een PDS is en niet een ‘stotteraar’ zonder andere ‘kwaliteiten’. Behandel hem als zodanig. De boodschap in het contact is altijd belangrijker in het contact dan de ‘verpakking’.

Adviezen voor de luisteraar

Er zijn mensen die het lastig vinden te luisteren naar iemand die stottert. Dat is jammer. Een PDS verschilt niet wezenlijk van iemand die niet stottert qua intelligentie, persoonlijkheid, ‘zenuwachtigheid’ of maatschappelijke positie. Over het algemeen geldt daarom dat het gedrag en de reacties van de luisteraar het best hetzelfde kunnen zijn als wanneer hij luistert en reageert op iemand die niet stottert. Let vooral op wat er gezegd wordt, en niet zo op hoe het gezegd wordt.


Tips voor luisteraars

Stotteren lijkt misschien een eenvoudig probleem dat met enkele simpele adviezen op te lossen is, echter voor veel mensen die stotteren, kan het een chronisch punt zijn.Het is prettig als mensen de moeite willen nemen om begrip voor elkaar op te brengen.

Hieronder volgen enkele tips die u, als luisteraar kunt gebruiken.

Geef geen commentaar of goed bedoelde adviezen als; doe maar rustig, haal adem of ontspan. Deze zeer simpele raadgevingen kunnen als kleinerend overkomen en zijn niet behulpzaam.

Geef de spreker ruim de tijd om uit te praten en laat hem door uw houding weten dat u luistert naar wat wordt gezegd en niet hoe het spreken klinkt.

Heeft u geen tijd, zeg dit dan en spreek een ander moment af.
Blijf de spreker rustig en natuurlijk aankijken en wacht tot deze is uitgesproken.

In het algemeen geldt: val de spreker niet in de rede en maak geen zinnen of woorden af. Dit kan vervelend voor de spreker zijn en u maakt de kans de strekking van het verhaal verkeerd uit te leggen. Soms kan het handig zijn om als luisteraar te vragen'mag ik je aanvullen?' De persoon die stottert kan dan zelf aangeven of hij dit prettig vindt.

Houd er rekening mee dat personen die stotteren meer moeite kunnen hebben met spreken over de telefoon. Wees dan geduldig. Wanneer je de telefoon opneemt en niks hoort wees dan zeker dat er niet iemand die stottert bezig is een gesprek te starten.

Spreek zelf in een rustig tempo. Dit bevordert de communicatie met iedere spreker.

En tot slot; Als het stotteren een reactie bij u als luisteraar oproept of u heeft er vragen over, maak dit dan bespreekbaar.

Met een paar extra punten van aandacht is de luisteraar geholpen

Maak als het kan een opmerking over het stotteren, wanneer stotteren een taboe is, is spontaan reageren daarop ook moeilijker. Volgt iemand therapie? Vraag hem er eens naar. Misschien heeft de PDS zelf adviezen voor de persoon die luistert. De PDS doet eigenlijk al enorm zijn best om niet te veel te stotteren, regelmatig op het krampachtige af. Hem adviezen geven als: doe maar rustig, haal eens adem, hem aanvullen, hem niet aankijken, hebben daarom weinig zin, iemand kan niet méér dan zijn best doen. Bedenk dat achter de uiterlijk waarneembare stottergedragingen (vgl. ijsberg, boven water) vaak onzichtbare gedachten en gevoelens schuilen (onder water). Als iemand niet hoorbaar stottert is het stotteren nog niet weg!

Stotteren wisselt naar gelang het onderwerp van gesprek, kenmerken van de luisteraar, aantal personen en dergelijke. Het is een misvatting dat stotteren (doordat het bij de betrokkene niet altijd in dezelfde mate aanwezig is) makkelijk te verhelpen zou zijn.
Het helpt de PDS wanneer de luisteraar zelf rustig de tijd neemt, hem aankijkt, aandacht heeft voor hetgeen er gezegd wordt en niet alleen luistert naar het stotterend spreken zelf.
Het is normaal wanneer een luisteraar zelf wat lichamelijke spanning ervaart bij het luisteren naar een PDS. Dat hoort erbij, besteed er niet te veel aandacht aan. Luisteren naar stotteren went, deze bijkomende spanning gaat vanzelf voorbij.

Sponsors & Partners

Nederlandse Federatie Stotteren

Postbus 80
3860 AB Nijkerk
Tel. 030 - 233 33 36
Beltijden: 09:00 - 17:00

Agenda

Geen evenementen
site by AllinOneSoftware.com