Demosthenes

StotterCafé Nederland

Het initiatief om stotterend Nederland en iedereen met belangstelling voor stotteren een plaats te bieden voor ontmoeting!

Ga naar de website

Demosthenes

Demosthenes

alles voor en over personen die stotteren

Ga naar de website

NVST

NVST

alles voor en over stottertherapeuten

Ga naar de website

Te snel voor woorden

Te snel voor woorden

alles over broddelen

Ga naar de website

Gewoon mijn vinger opsteken en vragen is buiten kijf, ik stotter immers en ken vreselijke schaamte.
Een oude klassenfoto in zwart-wit, sluimerende herinneringen banen zich een weg naar bewustzijn; emoties spoelen op de stranden van mijn gedachten. Ik bevind me weer in het klaslokaal van juffrouw Kloes, een tanige vrouw met een blik die gezag uitstraalt, me weer dat jochie van amper zes voelend dat zijn eerste schreden heeft gezet in de wereld van de grote school. Ik kijk op de foto. Toch zit ik zelfverzekerd in de bank, vól zelfvertrouwen blik ik in de camera! Louter bekende gezichten om mij heen: Ruurd Gareidus, Danny van der Vaart, achter me Johnny Stet. Wilfred Ooster met z'n flaporen. Wie kan Marianne Huisman en Anita Bruin vergeten, ik verloor van ze met vechten! Mijn diepste ik vraagt zich opeens iets af, "Is de foto een farce? Zit ik daar niet zo zelfverzekerd?"

Vragen branden maar tegelijkertijd geef ikzelf het overbekende antwoord. Ik noem het gebreken. Oh ja, ik weet wel, iedereen heeft zijn gebreken. Johnny Stet was dyslectisch, Wilfred Ooster had zeiloren, Geraldine Kruijer was enorm schuchter en werd gepest. Zelfs door mij maar het leek toen of ik een reden had. Ik wilde me superieur aan bepaalde mensen voelen. Ik stotterde namelijk de hele wereld aan elkaar. Zinnen kwamen als gehavende scheepswrakken uit mijn mond. Als je zes bent, betekent bij de rest horen alles, stotteren betekent dat men je buitensluit. Je kunt niet goed praten dus ben je dom, een achterlijke debiel. Er was echter één ding wat ik als de beste kon: voorlezen! Daarom zit ik ook zo zelfverzekerd op die oude foto. Altijd hoopte ik op een beurt bij de voorleesles. Dan zou iedereen zien wat ik kon. Ik sprak vlekkeloos, correct, zelfs mét de juiste intonaties. Maar met voorlezen speel je een rol; je bent iemand anders. Een nieuwe herinnering vindt zijn weg naar de oppervlakte. 

Ron Hoogland Daar zit ik dan, tweede rij, alleen in de bank. De sommen in het rekenboek dansen voor mijn ogen. Een levensgroot probleem is mijn wereld binnengeslopen; ik moet vreselijk nodig naar het toilet. De anderen zitten stil te werken terwijl ik in grote nood verkeer. Gewoon mijn vinger opsteken en vragen is buiten kijf, ik stotter immers en ken vreselijke schaamte. Mijn oplossing is een ritueel wat ik in de loop der tijd heb ontwikkeld: "wiebelen". Ik wiebel heen en weer op de stoel net zolang tot de juffrouw mij ziet en zegt dat ik kan gaan. Echter, deze keer ziet ze me niet en wordt de nood steeds hoger. Innerlijk vecht ik een veldslag van buitengewone proporties uit. Ik wiebel zoals ik nog nooit gewiebeld heb en knijp mijn kruis voor verlichting.
"Toe nou, waarom wil ze me nou niet zien? Waarom kijkt ze niet? Ik moet zo nodig, ik houd het niet meer!"
Maar tevergeefs, geen respons. Gedachten flitsen als projectielen door mijn hoofd; "zal ik het vragen, durf ik dat?" Mijn angst overwint als zo vaak en ik sta in tweestrijd. Bijna knappend laat ik heel langzaam iets lopen, iedere minuut wel iets. Ik kijk onder de stoel, "verd...!"; een plasje vormt zich.
"Zullen ze het merken, zullen ze het zien !", jaagt het in mijn hoofd. Diepe schaamte maakt zich van mij meester terwijl ik uit alle macht probeer om met de stoelpoten het steeds groter wordende plasje te verbergen.
"Warm in mijn broek, bah!" Ik lijd in stilte; ik kan aan niets anders meer denken. Totdat een vlakke stem zegt, "ga maar, Ronnie". Schoorvoetend schuifel ik de klas uit, steek de gang over en betreed het toilet. Het kwaad is helaas al geschied, ik pers de laatste restjes eruit en probeer mijn broek droog te maken met wc-papier, tevergeefs natuurlijk. Ik sta te snikken, "waarom kan ik nou niet goed praten!"
Wanneer ik de klas weer binnenkom, kijkt niemand op maar het plasje onder mijn stoel kijkt wel naar mij! Voorzichtig ga ik zitten, proberend om de stoel niet te veel te verschuiven. Dan is het plotseling tijd en kunnen we naar huis. Treuzelend verlaat ik de klas en loop langzaam door de grote schooldeur. Ik sjok zwaarmoedig voort, een illusie armer, een trauma rijker. Om mij heen rennen joelende, blije kinderen rond. Voor hen gaat het leven gewoon door; voor mij ook maar de innerlijke wond blijft...!

* Dit is een jeugdherinnering, alle erin voorkomende namen zijn echter gefingeerd.

Media

Bekijk stotteren in de media

Blijf op de hoogte

Brochures, posters en boeken

Bestel of download gratis

Sponsors en partners

DTFonds
DTFonds
Cultuur Fonds
Demosthenes
NVST
InternetDiensten Nederland