Demosthenes

StotterCafé Nederland

Het initiatief om stotterend Nederland en iedereen met belangstelling voor stotteren een plaats te bieden voor ontmoeting!

Ga naar de website

Demosthenes

Demosthenes

alles voor en over personen die stotteren

Ga naar de website

NVST

NVST

alles voor en over stottertherapeuten

Ga naar de website

Te snel voor woorden

Te snel voor woorden

alles over broddelen

Ga naar de website

Het jongetje, Kasper, werd aangemeld met stotterproblemen. Hij was vier jaar en stotterde heftig, met daarnaast ook nog vloeiende momenten.
Het stotteren van Kasper vertoonde gespannen herhalingen en blokkades. Hij werd rood als hij begon te stotteren en was zich duidelijk bewust dat het spreken moeilijk voor hem was. Zijn ouders bevestigden dat beeld. 's Avonds voor het slapen gaan, vroeg Kasper soms aan zijn moeder: "Mamma, waarom kan ik niet goed praten?". Ook zag zijn moeder hem wel eens stilletjes in een hoekje woordjes oefenen. 

Tijdens een klassenobservatie observeerde ik Kasper terwijl hij iets vertelde in de kring. Zijn verhaal duurde erg lang door de vele herhalingen en blokkades. De kinderen werden ongeduldig, begonnen te draaien en verloren hun aandacht. Kasper was rood en warm in zijn gezichtje, maar maakte zijn verhaal wel af.

In de tijd dat ik mijn opleiding deed leerden we: "Stotteren begint in het oor van de ouders, niet in de mond van het kind", de gevleugeld uitspraak van Johnson. Ik was dan ook goed geschoold in het geven van ouderbegeleiding, maar directe behandeling van jonge stotterende kinderen was in die tijd niet gebruikelijk. Toch waren er al andere inzichten over de behandeling van stotterende kinderen. Vlak voor ik aan de behandeling van Kasper begon, had ik en aantal workshops gevolgd van ondermeer Dean Williams en Cecilia van der Zeeuw. Via hen had ik kennis gemaakt met diverse manieren om direct met jonge stotterende kinderen te werken. Omdat Kasper zo duidelijk aangaf dat hij zich bewust was van zijn problemen met het praten, besloot ik de stap te wagen en niet alleen indirecte therapie te geven, maar ook direct met hem aan het stotteren te gaan werken.

Als start besprak ik met Kasper allerlei manieren om te spreken: langzaam, snel, hoog, laag, hard, zacht. We deden spelletjes met dieren die symbool stonden voor zo'n spreekwijze. Kasper leerde dat hij kon variëren met zijn spreken, en dat spreken iets is dat je op allerlei manieren kunt 'doen'. Daarna introduceerde ik stotteren als ook zo'n manier van spreken. Daarvoor had ik een handpop, genaamd Boris. Boris kwam uit de grote logopedistentas en besprak met Kasper dat hij wel eens stotterde en of Kasper dit kon horen. Kasper kreeg een grote piephamer en mocht iedere keer op tafel slaan als hij een gestotterd woord hoorde. Kasper zat op het puntje van zijn stoel, met grote ogen en rode wangen, de hamer in zijn hand, en elke keer perfect, op iedere stotter, sloeg hij met de hamer op tafel. De volgende bijeenkomst vroeg hij direct naar Boris en werd het spel herhaald. Daarna wisselden we van rol: Kasper mocht voor Boris praten. Zo leerde hij om expres te stotteren en hij ontdekte dat stotteren ook iets is wat je 'doet'. Deze kleine spelletjes met stotteren maakten duidelijk grote indruk. Thuis moest zijn moeder het van hem allemaal nog eens naspelen. Als volgende stap gingen we meer variëren met stotteren en introduceerde ik 'makkelijk' en 'moeilijk' stotteren. Rond deze fase in de therapie was het stotteren al sterk verminderd. Zowel ouders als leerkracht meldden mij dat het spreken vrijwel altijd vloeiend was. Erg veel meer heb ik met dit kind dan ook niet gedaan in de behandeling. Ik was verrast over de snelle vooruitgang, maar ik was er van overtuigd dat de therapie hiertoe had bijgedragen. Ik ben Kasper enige tijd blijven volgen en het stotteren is niet teruggekomen.

Deze behandeling heeft waarschijnlijk zo'n indruk op me gemaakt omdat ik voor het eerst meemaakte hoeveel impact een stotterbehandeling kan hebben en hoe snel en gemakkelijk je soms resultaat bereikt. Natuurlijk gaat het niet altijd zo vlot. Het stuk ouderbegeleiding heb ik bovendien in dit verhaal buiten beschouwing gelaten, maar is voor het welslagen van de therapie zeker van belang geweest. Zo beschreven lijkt het heel simpel: je speelt wat met het stotteren en hopla, het gaat over. Er zitten echter een aantal gedachten en principes onder de oefeningen zoals desensitisatie, contraconditionering, modificatie en vaardigheidstraining, waar wel degelijk goed over is nagedacht. De desensitisatie en contraconditionering hebben niet alleen voor Kasper gewerkt: ook ik heb een stap kunnen nemen in het overwinnen van mijn angst voor de stotterbehandeling.

Deze column is een bewerking van de rubriek "De cliënt van" uit het tijdschrift Logopedie en Foniatrie, jaargang 78, januari 2006.

Media

Bekijk stotteren in de media

Blijf op de hoogte

Brochures, posters en boeken

Bestel of download gratis

Sponsors en partners

DTFonds
DTFonds
Cultuur Fonds
Demosthenes
NVST
InternetDiensten Nederland