Demosthenes

Demosthenes

alles voor en over personen die stotteren

Ga naar de website

NVST

NVST

alles voor en over stottertherapeuten

Ga naar de website

Stotteren begint meestal in de peuter- of kleuterleeftijd, wanneer de algehele ontwikkeling (waaronder de spraak-taalontwikkeling) grote sprongen maakt.

 ‘De prevalentie van stotteren, het aantal personen dat stottert op een specifiek moment, wordt geschat op 0,7-1% van de wereldbevolking. Omdat stotteren vaak herstelt bij kinderen onder de zes jaar, is de prevalentie in deze jonge bevolkingsgroep groter dan bij een oudere populatie. De incidentie voor stotteren, het percentage van de bevolking dat ooit heeft gestotterd, wordt geschat op 5 tot 17%’ (Richtlijn Stotteren bij kinderen, adolescenten en volwassenen, 2020)

Stottertherapie kan veel betekenen voor het verminderen van de klachten. Vooral bij kinderen onder de zeven jaar kan vroegtijdige behandeling helpen om de stotterlast sterk te verminderen. Over het algemeen geldt: hoe meer acceptatie er is voor het stotteren (zowel vanuit de omgeving als vanuit de persoon zelf), hoe lager de uiteindelijke stotterlast zal zijn.

 Kinderen tot en met groep 2 van de basisschool

Ziet u een peuter of kleuter met stotterklachten in uw praktijk? Dan is het altijd raadzaam te verwijzen naar een logopedist-stottertherapeut of een allround-logopedist met voldoende kennis van stotteren. De therapeut onderzoekt het spreken van het kind en brengt alle meespelende factoren in kaart. Hierbij wordt gekeken naar de motorische, talige, emotionele en cognitieve capaciteiten van het kind én naar de interactie met de omgeving. Sluiten de verwachtingen van de omgeving bijvoorbeeld goed aan bij wat het kind kan? Indien nodig verwijst de stottertherapeut door naar een andere discipline (zoals een kinderfysiotherapeut of kinderpsycholoog) of vraagt de therapeut u om aanvullend medisch onderzoek te initiëren (bijvoorbeeld door een KNO-arts). In de behandeling wordt meestal eerst gewerkt aan het verlagen van de verwachtingen door de omgeving. Ouders leren bijvoorbeeld anders communiceren met hun kind, of leren beter aan te sluiten bij het cognitieve of emotionele niveau van hun kind. Vervolgens wordt, indien nodig, gewerkt aan het versterken van de capaciteiten van het kind zelf.
Alles gebeurt vanuit het idee dat er een kans bestaat dat het stotteren chronisch is. Daarom is het belangrijk dat het stotteren geen negatief stempel krijgt, maar gezien wordt al een variatie in het spreken waarmee in principe heel goed te leven valt.

Oudere kinderen (vanaf groep 3 à 4), jongeren en volwassenen

Uit onderzoek blijkt dat als een kind in groep 3 nog stottert, de kans dat het stotteren helemaal zal verdwijnen snel kleiner wordt. Als uw patiënt in deze leeftijdsgroep stottert, is het vooral belangrijk dat het zelf niet tegen het stotteren vecht of stotters gaat vermijden.

Wanneer een ouder kind of volwassene zelf geen hinder ervaart van het stotteren en zich niet laat belemmeren om te zeggen wat hij of zij wil, is therapie meestal niet nodig. Soms merkt een kind zelf niet dat het stottert, maar krijgt het wel negatieve reacties uit de omgeving. Dit kan alsnog zorgen voor een stotterlast. In zulke gevallen is een kortdurende stottertherapie raadzaam. Het kind leert dan wat stotteren is en hoe het veerkrachtig kan omgaan met reacties van anderen.

Bij sommige patiënten kan het stotteren inmiddels zijn uitgegroeid tot een ernstige belemmering. De stotters zijn dan vaak veranderd van ontspannen herhalingen of verlengingen naar krampachtige blokkades. Ook kan er sprake zijn van hardnekkig vermijdingsgedrag. Voor de omgeving is het niet altijd direct duidelijk dat dit gedrag voortkomt uit angst voor het stotteren. De gespecialiseerde logopedist kan uw patiënt helpen om anders met het stotteren om te gaan, zodat deze weer vrijheid in het spreken kan ervaren.

Vergoeding
Logopedie en logopedie-stottertherapie worden in principe vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering. Voor patiënten vanaf 18 jaar geldt dan wel het jaarlijkse wettelijke eigen risico. Als de zorgverlener geen contract heeft getekend, kan het zijn dat de patiënt elke sessie een deel zelf moet betalen. Dit geldt ook voor kinderen.

Aanmelden nieuwsbrief

Sponsors en partners

DTFonds
Cultuur Fonds
Demosthenes
NVST
InternetDiensten Nederland