Demosthenes

Demosthenes

alles voor en over personen die stotteren

Ga naar de website

NVST

NVST

alles voor en over stottertherapeuten

Ga naar de website

Te snel voor woorden

Te snel voor woorden

alles over broddelen

Ga naar de website

Wat kunnen we beïnvloeden bij het stotteren en hoe werkt dat eigenlijk? Daar zijn veel misverstanden over.

Mijn vader stotterde, ik stotter, het is dus genetisch, dus is er niets aan te doen (!??)

Op Wereldstotterdag heb ik in Nijkerk bovenstaand en andere misverstanden besproken, en ook aangetoond hoe de mechanismen van leren bij stotteren en bij therapie werken. Alles kan!

In 2022  schreven we over een nieuw klinisch model bij stotteren, zoals dat toen in het vakblad Stem-, Spraak- en TaalPathologie gepubliceerd werd. Dit model wordt - in een iets aangepaste vorm - naar verwachting binnenkort gepubliceerd in de internationale Journal of Fluency Disorders. Enkele aspecten van het model hadden we in de eerste Nederlandse versie te weinig uitgewerkt of te eenvoudig voorgesteld. Op Wereldstotterdag 2023 heb ik de aanpassingen besproken.

In die Nederlandse publicatie hadden we een voorbeeld van een levenslijn opgenomen: we spraken over twee belangrijke aspecten in het leven, uitgebeeld in regel 3 van deze figuur: variatie (uitgebeeld met een dobbelsteentje; de genetische aanleg) en regulatie:  externe en interne factoren die nader beïnvloeden of en hoe die aanleg tot uiting komt. Dit was iets te kort door de bocht. Op elk punt waarbij op de lijn in regel 4 ook een open bolletje staat (dat geeft aan hoe de ontwikkeling ook anders had kunnen zijn) speelt de derde belangrijke factor: reflectie. Dat heb ik besproken.

Levenslijn.jpg

Want klopt de aanname bovenin dit verhaal wel? In mijn eigen geval stotterde de moederlijke lijn ook en was ik dus dubbel belast. In mijn puberteit kon ik echt geen woord uitbrengen en ik had een leitje bij me om op te schrijven.  Dat hielp helaas niet, want mijn handschrift was onleesbaar. Na therapie ging het spreken heel veel beter, al stotter ik nog wel redelijk vaak. Let wel, ik spreek hier niet over een bepaalde therapie, ik wil alleen bespreken hoe de neuropsychologische mechanismen werken, zowel bij het ontstaan van stotteren, als bij therapie daarbij.
Daarbij ga ik even naar een andere figuur  van die publicatie, het voorgestelde model. Het gaat me nu vooral om de woorden in het midden van de grote cirkel: (on)bewuste leerprocessen. Deze processen treden al op bij het begin van het stotteren. Bijvoorbeeld: als hoofdbewegingen lijken te helpen om uit een blokkade te komen, komen er ‘automatisch’ meer hoofdbewegingen bij. Ook bij een eventuele therapie later treden deze  leerprocessen op.

PraktijkmodelWant nogmaals: klopt de aanname van het onvermijdelijk stotteren met een stotterende vader wel? Ik heb mijn eigen ervaring al aangehaald, maar er is ook literatuur over. Drayna en Webster publiceerden in 2019 een studie over resultaten van therapie bij volwassenen, waar die specifieke stottergenen al dan niet aangetoond waren. De objectief gemeten stotters verminderden even goed vergeleken met de cliënten waar die specifieke genen niet aangetoond konden worden!

Opmerkelijk was het resultaat van therapie volgens de mensen met deze genen niet zo goed: kennelijk voelden zij die doem zelf duidelijk. Deze studie wordt nu in Nijmegen herhaald, maar is vooral uitgebreider  voor kinderen, waarbij we ook naar prognose kunnen kijken.

De kennelijk gevoelde doem kan (wellicht onbewust) gebaseerd zijn op verschillende oude gedachten (religieus: predestinatie; filosofisch: determinisme; wij zijn ons brein/genen/hormonen) en dit kan ons denken soms verklaren, maar omgekeerd kan het ons denken ook beïnvloeden. Een hele klus om je hoofd dan op goede orde te houden. Maar het kan; en dat vraagt reflectie.

Reflectie gebeurt op elk ogenblik in de eerste figuur met de open bolletjes – en op vele momenten daarbuiten ook. Reflectie is gebaseerd op drie aspecten: 1) denken: hoe is iets, hoe werkt iets? 2) willen: motivatie, keuze en 3) voelen: temperament, emotie. Als ik het zo opschrijf, lijkt het makkelijk. Dat is het niet en we kunnen volgens Slob (2017) ook niet het nú veranderen in het nú, maar alleen door aandacht in het nú (wat doe ik, is dit wat ik wil?) kunnen we het automatisme van het nú veranderen naar ander gedrag in de toekomst.

En hoe werkt dat neuropsychologisch? Leerprocessen zijn gebaseerd op de groei van neuronen (cellen) en synapsen (de verbindingen tussen die cellen). Dit verschijnsel heet plasticiteit. Men heeft lang gedacht dat dit alleen in de jeugd optrad. Nee, tot op hoge leeftijd gaan deze beide processen (groei, maar ook afbraak van neuronen en verbindingen, kort genoemd ‘groei en snoei’) door, al staat het dan wel op een lager pitje. Al deze neuronale aanpassingen (dat wil zeggen de opslag en verwerking van informatie) vragen ook aanpassingen in de bloedvoorzieningen. En ook deze vorming van nieuwe bloedvaatjes gaat tot op hoge leeftijd door. Zo is de opvatting ‘wij zijn ons brein’ een even grote  en te sterke versimpeling als ‘wij zijn onze genen’.

Als gezegd, leerprocessen gaan levenslang door. In het stotteren zowel bij het begin, als ook bij therapie: door oefenen worden nieuwe verbindingen aangelegd.

Succes daarmee! Bert Bast

Aanmelden nieuwsbrief

Sponsors en partners

DTFonds
DTFonds
Cultuur Fonds
Demosthenes
NVST
InternetDiensten Nederland