U vindt in dit segment relevante informatie voor en door de media.
Tevens vindt u hier columns van diverse mensen binnen de stotterwereld.
Tenslotte is hier ons media-archief geplaatst. Hier vindt u oudere berichten uit diverse media.
Gewonnen!
Laatst las ik over een bijzonder spel, simpelweg ‘het spel’ genoemd. Als je dit spel speelt, heb je het meteen verloren. Je wint ‘het spel’ namelijk zolang je er niet aan denkt. Zodra iemand je erover vertelt, heb je verloren. Er wordt verder niet bij verteld of je ook meerdere spelletjes kunt spelen en wanneer die dan starten (zodra je er niet meer aan denkt?). De ultieme winnaar zal er nooit iets over horen, ik zal nog vele malen verliezen. En tja, het spijt me, jullie hebben allemaal verloren.
Zo kan stotteren ook voelen.
'Zeg maar'
In april 2009 verscheen het boek ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ van Paulien Cornelisse. In dit boek beschrijft ze moderniteiten in de taal. ‘Zeg maar’ is zo’n moderniteit. Ze schat dat het door tachtig procent van de bevolking eens per drie zinnen gebruikt wordt. Vermijdingsgedrag van de stotterende mens is ook aan mode onderhevig, want ik merk in de praktijk dat ‘zeg maar’ inmiddels vaak wordt gebruikt om een woord waarop misschien gestotterd gaat worden te vermijden of uit te stellen. Eigenlijk bijzonder omdat de stotteraar dat bewuste woord juist niet zegt, dus er is absoluut geen sprake van ‘zeg maar’. Misschien is het gebruik van ‘zeg maar’ een onbewuste wens die geuit wordt: ‘ik wil het zeggen’!
Komt een vrouw bij de logopedist
Er is een aantal dingen die ik als stotteraar mis. Er een woord tussen krijgen als er een verhitte discussie aan de gang is, bijvoorbeeld. Of het kunnen spreken voor een grote groep zonder drie kwartier te doen over mijn presentatie van een half uur. Ik heb mijn stotteren inmiddels prima onder controle, maar bij moppen vertellen is dat nog niet het geval. Soms, als de mop erg kort is of in het Engels, gaat het prima. Langere moppen worden voor mij echter een probleem. Ik kan de mop prima vertellen en de clou op het juiste moment brengen, maar het stotteren leidt af.
Alles onder controle
Ze zat aan het einde van groep acht en ze stotterde. Ik noem haar even Seray. Misschien is het omdat ik op dat moment nog met mijn opleiding tot stottertherapeut bezig was en haar af en toe besprak met mijn begeleidster, of misschien is het de wonderlijke combinatie tussen voldoening en twijfel die bij me bovenkomen als ik aan deze behandeling terugdenk, maar ik zal haar nooit vergeten. Ze kwam binnen als een muisje. Ze had veel last van het stotteren en ze had het gevoel dat iedereen haar uitlachte. We praatten hierover en ze kwam erachter dat niet ‘iedereen’ haar uitlachte. Het was in werkelijkheid één keer gebeurd dat twee kinderen in de klas gelachen hadden, toen zij stotterde bij het lezen, en één keer had iemand iets over het stotteren gevraagd.
Flip
Paul zit in de brugklas. Heeft flink gestotterd, maar krijgt er, met vallen en opstaan, steeds meer grip op. Hij komt mijn behandelkamer binnen en zegt voordat hij gaat zitten op quasi-ernstige toon: 'Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws'. Ik raad lachend: ‘Het goede nieuws is dat je geen last meer hebt van het stotteren en het slechte nieuws is dat je nu nooit meer komt?.’ ‘Nee… het goede nieuws is dat ik Flip ben,’ zegt hij serieus. ‘En als ik Flip ben, stotter ik niet. Of nee…ik zeg meestal “Flip heeft een lichte handicap.”’ Ik vraag, nu serieuzer: ‘Vertel eens meer over Flip’ en kijk met een schuin oog naar mijn derdejaars logopediestagiaire: wat zou zij hiervan denken? Identiteitscrisis? Gespleten persoonlijkheid? En waarom gaat Wilma daar zo in mee...?








.png)


