U vindt in dit segment relevante informatie voor en door de media.
Tevens vindt u hier columns van diverse mensen binnen de stotterwereld.
Tenslotte is hier ons media-archief geplaatst. Hier vindt u oudere berichten uit diverse media.
Demosthenes: een inspirerend persoon
De democratie zoals wij die nu kennen vindt haar oorsprong in het Athene van de Oudheid, om preciezer te zijn in de 5e eeuw voor Christus. Daar vonden voor het eerst grote volksvergaderingen plaats, waar iedereen die iets te zeggen had over de gang van zaken in het bestuur van de stadstaat zijn zegje kon doen. Zijn zegje, want vrouwen waren hier van uitgesloten, evenals zogenaamde ‘allochtonen’, mensen die geen burgerrecht hadden en dus officieel geen inwoner van Athene waren. Desondanks konden deze vergaderingen in theorie worden bijgewoond door 40.000 mensen.
Kennismaking Rik Mets
Op dit moment ben ik bezig met mijn scriptie voor de master Cultuurgeschiedenis, die aan het einde van dit studiejaar afgerond zal moeten zijn. Cultuurgeschiedenis bestudeert hoe in een bepaalde periode met een bepaald (cultureel) fenomeen is omgegaan. Zodoende is er vaak een directe link te leggen met het heden, denk bijvoorbeeld aan het hete hangijzer dat de Zwarte Pietendiscussie wordt genoemd.
De eerste stotteraar
Zolang er mensen zijn die kunnen praten, zijn er mensen die stotteren. Eén van de eerste bekende stotteraars was Demosthenes, uit de 4e eeuw v. Chr. Hij stotterde verschrikkelijk, maar leerde het zichzelf af en werd één van de grootste redenaars uit zijn tijd. Maar we kunnen nog veel verder terug in de tijd, naar de allereerste stotteraar uit de geschiedenis. Waarvan bewijs bestaat dat hij heeft bestaan, want er zullen nog veel meer stotteraars geweest zijn waar we gewoonweg niets van weten. De allereerste was Mozes, de Joodse profeet. Voor zijn verhaal gaan we ver terug in de tijd, naar het Egypte van de 13e eeuw voor Christus.
Aron
Onze zoon Aron van zeven stottert. Het stotteren zorgt soms voor veel verdriet. Bij ons als ouders, en ook bij Aron zelf. Nooit had ik kunnen denken dat ik een moment zou meemaken waarop ik blij was dat Aron stottert. Het was op een woensdagmiddag. Ik wachtte op Aron bij het schoolhek, samen met andere moeders. Daar kwam hij aangehuppeld, samen met een vriendje. “Mama, mag ik bij Joris spelen vanmiddag?” Samen met het Joris en Aron liep ik naar de moeder van Joris om te overleggen. Joris’ moeder, een aardige vrouw met minstens vijfentwintig kilo overgewicht, knikte. Aron kon komen. “Tot straks,” riepen we en we stapten beiden op onze fiets.
Stotteren
Stotteren doe ik eigenlijk al mijn hele leven. Het heeft het behoorlijk beïnvloed. Ik durfde vaak niet te zeggen wat ik nu eigenlijk wilde zeggen. Maar zei dan maar helemaal niks. Dit was behoorlijk frustrerend. En hierdoor heb ik een heel laag zelfbeeld opgebouwd. Ik heb altijd gedacht dat ik er niet toe doe, dat ik niks te zeggen heb, dat mensen mij niet leuk vinden. Dit zijn allemaal gedachten die ik al die jaren heb geloofd, maar dus eigenlijk grote leugens zijn. Maar doordat ik nooit durfde te zeggen wat ik eigenlijk wilde zeggen, heb ik dit altijd in stand gehouden. Ik heb ontdekt in de therapie die ik sinds een half jaar volg, dat ik de stotters ontwijk. Als ik wat moet zeggen, en het lukt niet, dan ga ik zeg maar terug in de zin, en ga dan weer opnieuw beginnen. De zinnen die ik zeg, zeg ik zo snel mogelijk, want dan ben ik er maar vanaf. En als ik wat zeg, en mensen begrijpen niet wat ik zeg, omdat ik het misschien wat onduidelijk zeg, dan vragen ze vaak: ” wat zeg je?” Met als gevolg dat ik het nogmaals moet vertellen. Hier wordt ik erg onzeker van, en jawel, dan gaat het dus helemaal fout. Voor mijn gevoel dan.







.png)


